Algemene warming up voor de wedstrijd.
Eerst meedoen met de normale warming up met je team. Daarna door een leider/speler.
Probeer het tempo steeds op te voeren. Er is een aantal van 10 genoemd, dit mag je verhogen naar 15. Maar minimaal 10.
Afstand 3 meter: 10 ballen recht op de borst gooien. 10 ballen links en 10 rechts, ballen niet te ver, je moet net een kleine pas zetten. Lichaam goed achter de bal. 10 ballen hoog, rustig pakken, indien nodig met springen erbij. 10 drop kick/ gewoon trappen, recht op borst hoogte.
Veld droog: Zitten, benen gestrekt vooruit. 10 ballen links, 10 rechts, goed strekken. 10 boven het hoofd, opvangen en doorrollen naar achteren, tenen tikken de grond aan.
Afstand 5 meter: 10 ballen links, 10 rechts, de bal zo gooien dat de keeper alleen zijn armen hoeft te bewegen om de bal te pakken. 10 ballen links, 10 rechts, bal steeds iets verder gooien zodat de keeper meer moet bewegen en indien nodig duiken. 10 ballen hoog, iets voor de keeper, goed afzetten en de ballen hoog pakken.
Afstand 11 meter of 16 meter: Rustig inschieten, eerst richting borst. Keeper warm, links, rechts, laag en hoog. Wissel de kracht van de schoten af.
Voorzetten van de zijkant in het 5 meter gebied
Voor de aangever geldt: Zorg dat de keeper de meeste ballen kan pakken, maak het wel moeilijk. Het heeft totaal geen zin alle ballen keihard in het doel te schieten.
Voor keeper geldt in alle gevallen: Oefen gelijk: Uitrollen, Uitgooien, Drop Kick, Doeltrap en uittrap
|